|
Hoofdlijnen in onderwijs en ethiek-beoefening Lectoraat Ethiek van de Zorg
Het onderzoek als geheel is gericht op het versterken en verbeteren van het morele handelen van (toekomstige) beroepsbeoefenaars door middel van nieuwe dan wel verbeterde onderwijsmaterialen en –vormen. Twee hoofdlijnen kunnen in het werk worden onderscheiden:
- Onderwijskundige hoofdlijn
- Ethiek hoofdlijn
Onderwijskundig In de onderwijskundige hoofdlijn gaat het om bezinning op kennis, leerprocessen en (morele) vorming, waarbij onder meer wordt ingegaan op hedendaagse opvattingen over competentieleren. Het doel is om toe te werken naar een meer integraal leerproces waarbij de professional niet alleen meer vaardigheden verwerkt, maar ook meer integraal als mens gevormd wordt, in het bijzonder moreel en spiritueel. Hiervoor ontwikkelen wij een normatieve theorie die wij Bildung noemen en waaronder wij verstaan een spirituele ontwikkeling waarin een lerende persoon door zichzelf beter te leren verstaan wordt gevormd. In dit proces zien wij reflectie als de kern van dit proces en wijsheid als uiteindelijk doel.
Ethiek In de ethische hoofdlijn kunnen twee sublijnen onderscheiden worden, een theoretische en een empirische.
De theoretische lijn betreft bezinning op en formulering van ethiek van de zorg als globale ethische theorie, en op ontwikkelingen in de maatschappelijke context van de zorg- en hulpverlening die van invloed zijn op de moraal in de zorg- en hulpverlening. Een volwaardige ethiek van de zorg dient ons inziens aandacht te geven aan ten minste drie perspectieven op het moreel verantwoorde handelen en de daarmee corresponderende ethische benaderingen, te weten de rolverantwoordelijkheden van de professional (plichtethiek), de context van de professionele hulpverlening als een genormeerde praktijk met een eigen bestemming (doelethiek), en de persoon van de hulpverlener en de deugden die deze dient te vertonen voor een ethisch verantwoorde praktijkbeoefening (deugdenethiek).
De empirische lijn betreft onderzoek naar morele opvattingen en het morele handelen van praktijkbeoefenaars in verpleegkunde en sociaal-pedagogische hulpverlening. Daarbij wordt in enkele gevallen expliciet gekeken naar de betekenis van levensovertuiging voor de (ethiek van de) zorg. Wij verstaan onder ethiek niet uitsluitend het moreel kiezen zoals gevolgd wordt in het verwerken van dilemma’s, maar vermijden dilemma’s zeker niet. In onze optiek is ethiek van de zorg vooral een bezinning op het goede handelen in het licht van een concept van goede zorg en dit in het licht van een idee van het goede leven. Bij onze bezinning op wat goede zorg is willen we ook betrekken wat praktijkbeoefenaars daarvan vinden. Hoewel de feitelijke praktijk niet de eigenlijke norm is, ligt al veel kennis in die praktijken, ook morele kennis besloten. Die kennis proberen we uit te diepen. |